In de achteruitkijkspiegel

In de achteruitkijkspiegel

In Jakarta namen we de bajaj, een brommertaxi. We zaten achterin op een smal bankje, terwijl de bestuurder ons door de uitgestrekte stad loodste. Behendig manoeuvreerde hij door een zee van mensen, motoren en auto’s. In opperste concentratie, want dat is van levensbelang als je in Jakarta een voertuig bestuurt.

Winterpret in Noordoost-China

De verboden stad, maar dan van ijs.

In de winter daalt het kwik in Harbin tot onder de -20 graden. En juist dan leeft deze Chinese metropool met bijna 6 miljoen inwoners op. Want ieder jaar vindt er vanaf januari het Harbin International Ice and Snow Festival plaats.

Aan het festival gaat een maandenlange voorbereiding vooraf. Eerst worden ijsblokken gezaagd uit de rivier de Songhua. Vervolgens worden ze op verschillende plekken in de stad omgetoverd tot prachtige ijssculpturen.

Twee jaar terug trotseerde ik de kou om dit wonder met eigen ogen te aanschouwen. Het festival was nog niet officieel begonnen, maar al wel geopend voor bezoekers. Het voordeel is dat je dan de ijskunstenaars aan het werk kunt zien.

IJssculpturen
Als eerste bezocht ik het Zhaolinpark in het centrum van de stad. Hier waren tientallen ijssculpturen te bewonderen. Tijdens mijn bezoek waren de ijskunstenaars nog druk bezig met de laatste voorbereidingen voor de opening.

IJskunstenaars aan het werk.

Van ijsblok tot ijssculptuur.

Bouwwerken
’s Avonds bezocht ik het uitgestrekte park aan de oever van de Songhua. Daar vindt het grootste spektakel plaats. Er stonden bouwwerken van ijs die tot de grootste ter wereld behoren. De lampen zorgden voor een bijzondere atmosfeer.

De bouwwerken van ijs, die je het beste 's avonds kunt bewonderen.

Je kon er ook ijskoude snacks kopen: bevroren bananen en aardbeien aan een stokje, bedekt met een laagje suiker.

Bevroren bananen en aardbeien, een Chinese lekkernij.

Het objectief van mijn Nikon D40 was helaas niet bestand tegen de kou. Na een tijdje kon ik niet meer inzoomen of scherp stellen. En toen de lens eenmaal was ontdooid, rammelde er van alles aan de binnenkant. De volgende keer dus ook mijn camera goed inpakken.

O’Connell Street

O’Connell Street

De Ierse versie van de Parijse Champs-Élysées. Zo wordt O’Connell Street ook wel genoemd. In deze drukke straat is het prima flaneren, maar je kunt natuurlijk ook kiezen voor een cappuccino met uitzicht op alle bedrijvigheid.

Je voetstappen zijn de weg

Wandelaar, je voetstappen zijn
de weg, en niets meer dan dat;
Wandelaar, er is geen weg,
de weg ontstaat in het gaan.

Vertaling van: Antonio Machado, Proverbios y cantares

De wekker gaat om vijf uur in de ochtend. Ik overnacht in Saint-Jean-Pied-de-Port in het pension van madame Camino (heel toevallig Spaans voor ‘weg’). Op deze dag, 1 juni 2006, begin ik aan een pelgrimstocht van bijna 800 kilometer.

Vanaf de Franse zijde van de Pyreneeën zal ik naar Spanje lopen. En nog veel verder door Navarra, over de hoogvlakte van Castilië en de Bergen van León, naar Santiago de Compostella in Galicië.

Na mijn ontbijt passeer ik in de hoofdstraat de Porte Saint-Jacques, die de overgang naar een heel andere wereld markeert. Want ik laat ruim 25 jaar aan schoolgaan, bijbanen en studie achter mij.

Ergens aan de horizon ligt het werkende bestaan. Maar voor het zover is, heb ik nog honderden kilometers te gaan.

Porte St-Jacques, Saint-Jean-Pied-de-Port

Bevrijd van mijn boeken
Op de tiende dag voel ik plotseling stevige pijnscheuten bij iedere stap die ik zet. De banden van mijn rugzak beginnen te knellen. Ik vraag me af wat ik hier doe. Een vraag die ik mezelf al langer stel. Is dit pelgrimeren, honderden kilometers lang afzien met een zware last op je rug?

Mijn rugzak is beladen met een behoorlijk gewicht aan boeken, want leesvoer mag niet ontbreken. Toch? Die overtuiging begint barstjes te vertonen met het toenemen van de pijn.

In Burgos besluit ik mijn boeken achter te laten. Een moeilijke stap voor mij, als boekengek die gewend is altijd boeken mee te nemen op reis. Maar hierdoor zou ik uiteindelijk leren wat pelgrimeren betekent.

Wat is pelgrimeren?
Een pelgrimstocht komt in grote lijnen neer op het volgende: opstaan tussen vijf en zes, op pad gaan, een simpel ontbijt met cafe con leche in een bar langs de route, arriveren rond het middaguur, siësta houden, eten en naar bed rond een uur of tien.

Onderweg denk je vooral aan de blaren op je voeten. Aan de kilometers die je nog hebt te gaan. Aan de inhoud van je waterfles. En aan de volgende bar met bocadillos (rijkelijk belegde sandwiches). Intussen ben je druk in gesprek met collega-pelgrims van over de hele wereld.

Thuis, bij mijn voorbereidingen, had ik me er iets heel anders van voorgesteld. Nee, niet zoiets alledaags als dit. En ja, wellicht had ik gehoopt op een wonder onderweg. Dat vond niet plaats, maar wel voelde ik me intens gelukkig.

Lopen, eten en slapen
Tijdens de tocht zijn je belangrijkste behoeften de meest primaire: lopen, eten en slapen. Saamhorigheid vind je in het gezelschap van de andere pelgrims. Meer heb je niet nodig, want alle aandacht en energie gaat naar het bereiken van je bestemming.

Boeken zijn dan ballast die je geen kilometer verder brengen. En nog veel meer kan achterwege blijven, zoals je laptop en je smartphone.

Tijdelijk afstand doen van deze overbodige bagage, zorgt ervoor dat je de dingen van een aangename afstand kunt bekijken. Je hebt volop ruimte om te mijmeren over de weg die je straks zult inslaan.

Tegelijk besef je hoe weinig je echt nodig hebt, want alles zit in je rugzak. Dat was een mooi inzicht op dit punt in mijn leven.

Onderweg naar Santiago

De ultieme bestemming
Van tijd tot tijd moet je je plannen bijstellen. Of, wanneer je oude doelen zijn behaald, nieuwe stellen voor de toekomst.

In dit opzicht verdient ieder ‘scharniermoment’ een honderden kilometers lange wandeling. Dit is de kans om even afstand te nemen en op je leven terug te kijken als op een landkaart.

Zoals je de route van de dag inplant, beslis je wat je over een aantal jaar bereikt wilt hebben. Vervolgens ga je vol goede moed op pad, etappe voor etappe.

En zo vervolgt de Spaanse dichter Machado:

In het gaan ontstaat de weg,
en als je achteromkijkt,
zie je het pad dat nooit
weer zal worden betreden.
Wandelaar, er is geen weg,
alleen het kielzog in de zee.

Mijn voetstappen leidden uiteindelijk naar Santiago de Compostella. Maar gaandeweg ontdekte ik dat de ultieme bestemming het lopen zelf is.

Via deze site kun je mijn voetstappen over de hele wereld volgen. Je zult hier steeds meer reisverhalen en -foto’s aantreffen.